Een mogelijkheid om tot leervragen te komen in de supervisiepraktijk
In de supervisie wordt er gewerkt met leervragen en leerdoelen. Dat
lijkt heel theoretisch en abstract. De praktijk echter is dat het bijna
altijd gaat aan de hand van een praktijksituatie. De supervisant heeft
inbreng en die inbreng is bepalend voor het verloop van de zitting. In dit
artikel kruip ik even in de huid van een supervisant. Ik schrijf dus wat
je noemt een inbreng. Daarna ga ik samen met de supervisant, dus meer in
de rol van supervisor, kijken wat mogelijk leervragen zijn en wat de
supervisant wil leren.
De situatie
VZ 2B (MBO opleiding voor verzorgenden.) heeft 26 leerlingen in de
leeftijd van 16 tot 24 jaar. Er zitten 3 jongens in de groep. Voor de
stage moet er in een redelijk hoog tempo theorie worden aangeboden. Dit
houdt in dat alleen hoofdzaken aan de orde kunnen komen. Dit wordt door
mij klassikaal aangeboden. Mijn indruk is dat de leerlingen niet of slecht
luisteren. Als ik beter kijk blijkt dat de helft van de groep wel serieus
bezig is. De andere helft vindt elke keer wel een andere vorm om elkaar af
te leiden van de les. Persoonlijke benadering over hun gedrag en het
storend effect op mij en de groep maakt geen indruk. Een andere werkvorm,
groepswerk met opdrachten, heeft niet het gewenste effect. Op zich zijn ze
niet echt negatief. Het excuus dat ze aanvoeren is dat dit hun eerste uur
is.
De inbreng
Gisteren gebeurde ditzelfde gedrag weer. Het onderwerp is merkjes op
metalen. ter beoordeling heb ik verschillende metalen meegenomen die ik in
de klas laat rondgaan. Een aantal leerlingen gaat hiermee vervelend doen.
Ik voel mijn irritatie en ik maak hierover een opmerking. Het helpt
nauwelijks. Een paar leerlingen later gebeurt er hetzelfde. Ik leg de les
stil en kijk hun aan. Ze houden ermee op. De groep die wel wil werken en
leren houdt zich stil. Ze laten niet merken dat ze dit gedrag vervelend
vinden. Zodra ik mijn aandacht verplaats gaat het storend gedrag weer
verder. Dit keer met een muts. Hoewel ik mijn best doe om het gedrag van
die leerlingen binnen de perken te houden lukt mij dat niet echt. Twee
leerlingen blijven doorgaan. Bij het opruimen deel ik hun mee dat ze
moeten nablijven. Ik deel hun mee dat hun gedrag mij erg stoort, dit de
les beïnvloedt en of ze oorzaken kunnen noemen voor hun gedrag. Ze staan
er wat lacherig bij en reageren niet. Ik vertel ze dat ik niet "de
pik" op hen heb maar dat het gedrag en de houding zelfs bij dit
gesprek niet goed overkomt bij mij. Ik tolereer dit niet langer meer en
zeg dat ik ze de volgende keer de klas uitstuur als ze zich weer zo
gedragen. Mijn gevoelens: onmacht, twijfel en hoe verder de volgende keer.
Een kleine analyse
Nu weer terug in de rol van supervisor. Het is een boeiend verhaal waar
veel elementen inzitten als het gaat om leren. De hoofdlijn is voor mij de
interactie tussen de docent, de leerlingen en de taak waarvoor ze bij
elkaar zijn. In dit voorbeeld een willekeurige les. Daarnaast heb je te
maken met de omstandigheden.
De omstandigheden
Laat ik beginnen bij het laatste: de omstandigheden. In dit geval
worden er een genoemd terwijl er in feite legio zijn. De docent heeft het
over het eerste uur. Het eerste uur is een omstandigheid net zoals het
lokaal waarin les wordt gegeven, de temperatuur in het lokaal, de middelen
die ter beschikking zijn zoals bord, krijt, video enz.,de
weersomstandigheden, de privé-situatie van de leerlingen enz.
De leerlingen
Uit de inbreng blijkt dat de helft van de leerlingen wil werken en de
andere helft daar geen zin in heeft. Niet duidelijk is waarom. Verder
blijkt dat de leerlingen die willen werken dat op een of andere manier
niet duidelijk willen/kunnen maken aan de rest van de groep. Het lijkt
alsof ze het gedrag van de andere leerlingen enigszins gelaten over zich
heen laten gaan.
De leerstof
Onduidelijk is wat de leerstof bijdraagt aan de beroepsuitoefening. De
stof moet in ieder geval worden behandeld voordat de leerlingen in stage
gaan. Dat houdt ook in dat het tempo hoog is en dat er voor een werkvorm
is gekozen die dat in zich heeft; doceren. Of de gekozen werkvorm bij de
leerlingen aansluit blijkt niet uit het verhaal. Ik kan me bedenken dat
een deel van de klas het niet leuk vindt.
De docent
Het is de taak van de docent om te zorgen dat kennisoverdracht
plaatsvindt. Uit het verhaal blijkt dat die onder druk staat. Alleen de
belangrijkste leerstof wordt behandeld. Ook de gekozen werkvorm is daar
aan aangepast. In de klas zijn er leerlingen die dat begrijpen en bereid
zijn daar hun best voor te doen en er zijn een aantal leerlingen die dat
niet willen. Daarmee komt de doelstelling van de docent in het gedrang.
Omdat dit niet lukt ontstaan er gevoelens van onmacht, irritatie en
twijfel.
De supervisie
Voor de supervisie is het belangrijk om uit de beschikbare gegevens
leervragen te maken. Wat is voor de docent belangrijk in de hier en nu
situatie. Met andere woorden: wat wil de docent leren? Al pratend komen we
tot de volgende leerpunten:
- Structuur bieden en grenzen stellen. Voor de docent betekent dat zij
duidelijk moet zijn en mogelijk maatregelen gaat nemen die de
leerlingen niet leuk vinden. Daardoor kan het gebeuren dat de
leerlingen haar niet aardig meer vinden. Voor deze docent heel
belangrijk.
- Zicht krijgen op de verbale en non-verbale boodschappen als
onderdeel van het groepsdynamische proces. Er gebeurt zoveel in de
klas. Zie je dat en zo ja wat doe je ermee.
Een boeiend proces waar we nog een paar zittingen mee zijn doorgegaan.
|