Home
  Diensten
  Profiel
  Publicaties
  Diversen
  Zoeken
 Home - Publicaties - Een mogelijkheid om tot leervragen te komen in de supervisiepraktijk
Andere publicaties:
Gestalt in de supervisie
Opgebrand
Tijd als stress factor
 
Registraties

Bas Lokerse van Buro Jera is geregistreerd bij:
 
     

 
Contact gegevens

Buro Jera
Semskade 14
9503 RA Stadskanaal
tel/fax: 0599 615069
e-mail: bas@jera.nl webmaster@jera.nl

 

 

 

 

 

Een mogelijkheid om tot leervragen te komen in de supervisiepraktijk

In de supervisie wordt er gewerkt met leervragen en leerdoelen. Dat lijkt heel theoretisch en abstract. De praktijk echter is dat het bijna altijd gaat aan de hand van een praktijksituatie. De supervisant heeft inbreng en die inbreng is bepalend voor het verloop van de zitting. In dit artikel kruip ik even in de huid van een supervisant. Ik schrijf dus wat je noemt een inbreng. Daarna ga ik samen met de supervisant, dus meer in de rol van supervisor, kijken wat mogelijk leervragen zijn en wat de supervisant wil leren.

De situatie

VZ 2B (MBO opleiding voor verzorgenden.) heeft 26 leerlingen in de leeftijd van 16 tot 24 jaar. Er zitten 3 jongens in de groep. Voor de stage moet er in een redelijk hoog tempo theorie worden aangeboden. Dit houdt in dat alleen hoofdzaken aan de orde kunnen komen. Dit wordt door mij klassikaal aangeboden. Mijn indruk is dat de leerlingen niet of slecht luisteren. Als ik beter kijk blijkt dat de helft van de groep wel serieus bezig is. De andere helft vindt elke keer wel een andere vorm om elkaar af te leiden van de les. Persoonlijke benadering over hun gedrag en het storend effect op mij en de groep maakt geen indruk. Een andere werkvorm, groepswerk met opdrachten, heeft niet het gewenste effect. Op zich zijn ze niet echt negatief. Het excuus dat ze aanvoeren is dat dit hun eerste uur is.

De inbreng

Gisteren gebeurde ditzelfde gedrag weer. Het onderwerp is merkjes op metalen. ter beoordeling heb ik verschillende metalen meegenomen die ik in de klas laat rondgaan. Een aantal leerlingen gaat hiermee vervelend doen. Ik voel mijn irritatie en ik maak hierover een opmerking. Het helpt nauwelijks. Een paar leerlingen later gebeurt er hetzelfde. Ik leg de les stil en kijk hun aan. Ze houden ermee op. De groep die wel wil werken en leren houdt zich stil. Ze laten niet merken dat ze dit gedrag vervelend vinden. Zodra ik mijn aandacht verplaats gaat het storend gedrag weer verder. Dit keer met een muts. Hoewel ik mijn best doe om het gedrag van die leerlingen binnen de perken te houden lukt mij dat niet echt. Twee leerlingen blijven doorgaan. Bij het opruimen deel ik hun mee dat ze moeten nablijven. Ik deel hun mee dat hun gedrag mij erg stoort, dit de les beïnvloedt en of ze oorzaken kunnen noemen voor hun gedrag. Ze staan er wat lacherig bij en reageren niet. Ik vertel ze dat ik niet "de pik" op hen heb maar dat het gedrag en de houding zelfs bij dit gesprek niet goed overkomt bij mij. Ik tolereer dit niet langer meer en zeg dat ik ze de volgende keer de klas uitstuur als ze zich weer zo gedragen. Mijn gevoelens: onmacht, twijfel en hoe verder de volgende keer.

Een kleine analyse

Nu weer terug in de rol van supervisor. Het is een boeiend verhaal waar veel elementen inzitten als het gaat om leren. De hoofdlijn is voor mij de interactie tussen de docent, de leerlingen en de taak waarvoor ze bij elkaar zijn. In dit voorbeeld een willekeurige les. Daarnaast heb je te maken met de omstandigheden.

De omstandigheden

Laat ik beginnen bij het laatste: de omstandigheden. In dit geval worden er een genoemd terwijl er in feite legio zijn. De docent heeft het over het eerste uur. Het eerste uur is een omstandigheid net zoals het lokaal waarin les wordt gegeven, de temperatuur in het lokaal, de middelen die ter beschikking zijn zoals bord, krijt, video enz.,de weersomstandigheden, de privé-situatie van de leerlingen enz.

De leerlingen

Uit de inbreng blijkt dat de helft van de leerlingen wil werken en de andere helft daar geen zin in heeft. Niet duidelijk is waarom. Verder blijkt dat de leerlingen die willen werken dat op een of andere manier niet duidelijk willen/kunnen maken aan de rest van de groep. Het lijkt alsof ze het gedrag van de andere leerlingen enigszins gelaten over zich heen laten gaan.

De leerstof

Onduidelijk is wat de leerstof bijdraagt aan de beroepsuitoefening. De stof moet in ieder geval worden behandeld voordat de leerlingen in stage gaan. Dat houdt ook in dat het tempo hoog is en dat er voor een werkvorm is gekozen die dat in zich heeft; doceren. Of de gekozen werkvorm bij de leerlingen aansluit blijkt niet uit het verhaal. Ik kan me bedenken dat een deel van de klas het niet leuk vindt.

De docent

Het is de taak van de docent om te zorgen dat kennisoverdracht plaatsvindt. Uit het verhaal blijkt dat die onder druk staat. Alleen de belangrijkste leerstof wordt behandeld. Ook de gekozen werkvorm is daar aan aangepast. In de klas zijn er leerlingen die dat begrijpen en bereid zijn daar hun best voor te doen en er zijn een aantal leerlingen die dat niet willen. Daarmee komt de doelstelling van de docent in het gedrang. Omdat dit niet lukt ontstaan er gevoelens van onmacht, irritatie en twijfel.

De supervisie

Voor de supervisie is het belangrijk om uit de beschikbare gegevens leervragen te maken. Wat is voor de docent belangrijk in de hier en nu situatie. Met andere woorden: wat wil de docent leren? Al pratend komen we tot de volgende leerpunten:

  • Structuur bieden en grenzen stellen. Voor de docent betekent dat zij duidelijk moet zijn en mogelijk maatregelen gaat nemen die de leerlingen niet leuk vinden. Daardoor kan het gebeuren dat de leerlingen haar niet aardig meer vinden. Voor deze docent heel belangrijk.
  • Zicht krijgen op de verbale en non-verbale boodschappen als onderdeel van het groepsdynamische proces. Er gebeurt zoveel in de klas. Zie je dat en zo ja wat doe je ermee.

Een boeiend proces waar we nog een paar zittingen mee zijn doorgegaan.