Home
  Diensten
  Profiel
  Publicaties
  Diversen
  Zoeken
 Home - Diversen - Gestaltmethodisch werken in supervisie (deel 3 Supervisie)
Gestaltmethodisch werken in de supervisie
1. Inleiding
2. Gestaltmethodisch
    werken
3. Supervisie
4. Toepassing van de
    Gestaltmethodiek in de
    Supervisie
 
Registraties

Bas Lokerse van Buro Jera is geregistreerd bij:
 
     

 
Contact gegevens

Buro Jera
Semskade 14
9503 RA Stadskanaal
tel/fax: 0599 615069
e-mail: bas@jera.nl webmaster@jera.nl

 

Gestaltmethodisch werken in supervisie (deel 4 Toepassing van de Gestaltmethodiek in de Supervisie)

In de dagelijkse praktijk gebruik ik de hierboven beschreven indeling nog steeds als uitgangspunt. Afhankelijk van wijze waarop de supervisant de praktijkruimte binnenkomt of de inbreng van de supervisant wijk ik daar vanaf. Ik vind het moment van aandacht voor elkaar heel belangrijk. Naast de mogelijkheid van koffie of thee open ik de sessie meestal met: "Hoe gaat het met je?" Die uitnodiging is meestal voldoende om dat wat belangrijk is voor de supervisant naar voren te brengen. In gestalttermen tot voorgrond te maken. De volgende vraag is dan meestal: "Wil je er iets mee in deze supervisie?" Eigenlijk is de sessie dan al begonnen.

Ik laat de supervisant zijn verhaal zo concreet mogelijk vanuit het hier en nu vertellen waarbij het gaat om zowel wat hij doet als dat wat het hem doet. Bijvoorbeeld als het gaat om het leiden van een vergadering.
Ik wil de vergadering openen omdat we al vijf minuten over da afgesproken aanvangstijd zijn. Nog steeds komen er mensen binnen die wat rommelen met meubilair, links en rechts vragen of we al begonnen zijn en met hun papieren aan het rommelen zijn. Ik voel mijn ergernis opkomen. Ik verhef mijn stem om door het lawaai heen te komen en ik zeg opnieuw: mensen het is al tien over drie en ik wil met de vergadering beginnen.... enz.
Door de inbreng in het hier en nu te plaatsen biedt het aanknopingspunten voor de supervisie. Tijdens het verhaal let ik zowel op dat wat de supervisant zegt dan wel dat wat het hem doet. Zo kan ik b.v. opmerken: "Goh ik zie dat je nog kwaad bent" of "Er klinkt nog irritatie door in je stem". Ik kan ook een insteek maken op de inhoud door te zeggen: "Wat wil je leren, waar wil je aan werken?" De eerste interventies zijn afkomstig uit de Gestalt.

Wat ik probeer is de supervisant van vertellen over te brengen naar het aangaan van en het verantwoordelijk zijn voor. Als de supervisant vertelt dat zijn leidinggevende de pik op hem heeft en dat hij nooit iets goed kan doen. Is dat in feite een verhaal op afstand. Ik plaats dat verhaal in het hier en nu door voor te stellen dat hij zijn boosheid uit tegen zijn leidinggevende door b.v. gebruik te maken van een lege stoel of door zelf de rol te spelen van die leidinggevende. In de praktijk blijkt dat: "Ik vind dat je de pik op mij hebt en dat ik nooit eens iets goed kan doen". veel moeilijker is om te zeggen dan: "Hij heeft altijd de pik op mij en ik kan nooit iets goed doen". Het eerste is aangaan en verantwoordelijk willen zijn. Het tweede is vertellen over waardoor onduidelijk is wie waar verantwoordelijk voor is.

In deze situatie plaats ik de gebeurtenis in het hier en nu en leer ik de supervisant verantwoordelijk te zijn voor de situatie en zijn rol daarin. Door bewust te zijn van zijn boosheid naar zijn leidinggevende en de manier waarop hij daar mee omgaat biedt de mogelijkheid om te ontdekken hoe hij in het algemeen met boosheid omgaat (generaliseren). Daarna kan ik in de supervisie andere vormen van omgaan met boosheid aanreiken. De supervisant kan het aangeleerde in praktijk brengen wat weer ervaringen oplevert die opnieuw ingebracht kunnen worden in de supervisie.

Naast de verbale informatie krijg ik tijdens de supervisie ook veel non-verbale informatie. Vanuit de Gestaltopleiding heb ik geleerd vooral op te letten dat wat er gebeurd als de supervisant zijn verhaal vertelt. Veranderingen in houding, veranderingen in gebruik van de stem, veranderingen in de wijze van ademhaling enz.

Ik confronteer de supervisant met datgene wat ik zie/opmerk. Als je dat zegt gaat je stem opeens omhoog of merk je hoe je met je voet schoppende bewegingen maakt of haal eens diep adem als ik zie hoe oppervlakkig de supervisant ademhaalt. Soms nodig ik supervisanten uit om dat wat ze doen te versterken. Bijvoorbeeld bij het uiten van boosheid; maak het sterker of bij het aanspannen van de nekspieren; zet nog meer spanning op je nekspieren.

Tijdens het supervisieproces let ik ook op wat het met mij doet. Wat doet het verhaal van de supervisant mij? Raak ik geïnteresseerd, word ik onrustig of gaat het mij vervelen? Dat wat met de supervisant gebeurt en dat wat het mij doet is het werkmateriaal in het hier en nu. Door kenbaar te maken wat ik waarneem wordt al werkend duidelijk of er sprake is van contact of contactonderbreking.

Dit zijn een paar voorbeelden hoe de gestaltmethodiek bruikbaar is in het supervisieproces.